Een gedicht van Kees-Jan Visser.

als ik op mijn kop ga staan
mijn ogen open doe
is links rechts spontaan
hoofd barst van het bloed

zij bewandelt het plafond
als argeloze alpiniste
en de was op het balkon
het gras op het gazon

ze waaien vrolijk door
alsof ik de boel niet net
op zijn kop heb gezet
ontnuchterend is het